Er wonen twee motten
in me ouwe jas
en die twee motten
die wonen d'r pas
Je raakt gewoonweg
van je stuk
als je 't ziet
dat pril geluk
Hij vreet me
hele jas kapot
alleen voor haar
die dot van een mot
Ik noem haar Charlotte
en hem noem ik Bas
die dotten van motten
in me ouwe jas
Ik voelde me eerste
een beetje belaagd
Ik dacht 't is net of d'r
wat aan me knaagt
Maar toen kreeg ik
die gaten
in de gaten
Ik dacht nog even
hoe heb ik 't nou
Maar toen begreep ik
't al gauw
Ik zag twee motten
in die gaten
zitten praten
Ik greep meteen
naar de DDT
maar daar verwoest je
zo'n huwelijk mee
en besloot meteen
ik zal dat echtpaar
dan maar laten
Er wonen twee motten
in me ouwe jas
en die twee motten
die wonen d'r pas
Je raakt gewoonweg
van je stuk
als je 't ziet
dat pril geluk
Hij vreet me
hele jas kapot
alleen voor haar
die dot van een mot
Ik noem haar Charlotte
en hem noem ik Bas
die dotten van motten
in me ouwe jas
Ik ben een geboren
eenzaam mens
maar 't was
me eigen wijze wens
Een echt verbond
heb ik steeds
kunnen verhinderen
Puh
En dan zeggen
m'n relaties tegen mij
Hee joh breng toch die jas
naar de stomerij
want dat vod
dat begint al knapjes
te verminderen
Maar ja zo'n
vagebond als ik
die komt pas reuze
in z'n schik
met z'n ouwe jas
twee motten
en tien mottenkinderen
Een familie motten
woont er in m'n jas
Ik laat ze ravotten
als een kleuterklas
Nou zitten ze
boven in me kraag
en eten zich
een volle maag
Ze vreten m'n
hele jas kapot
omdat een mot
toch leven mot
Die lieve Charlotte
en mottige Bas
met hun dotten van motten
wonen in m'n jas
met hun dotten van motten
wonen in m'n jas
